nu geen verzendkosten
snelle bezorging
uitgebreide kennis
Het krentenboompje is toch wel één van de koninginnen van het voorjaar. Met haar prachtige grote bloemen, siert zij vele parken en tuinen. Maar ook in het najaar is deze boom een plaatje, met zijn oranjegele waas. Na de bloei kunnen er bessen (schijnvruchten) aan de plant verschijnen, deze zijn rijk aan vitamine A. Er kan jam van gemaakt worden, maar ook kunnen ze gedroogd worden. De zaden kunnen giftig zijn, maar aangezien deze nauwelijks verteren in de maag hoeft u zich niet veel zorgen te maken. Hieronder vindt u informatie over het planten, bemesten en snoeien van een krent.

Planten
Krenten groeien vooral goed op licht vochtige zand- en zure grond. Ook een voedselarme bodem is geen probleem. De krent past zich makkelijk aan. Hij kan zowel in de zon als in de halfschaduw geplant worden. Ze zijn goed bestand tegen de vorst. Plant deze heester niet in te natte grond, dat vindt hij niet prettig.

Bemesten
Krenten hebben nauwelijks bemesting nodig. Ze waarderen een mulchlaag boven de grond op de wortels.

Snoeien
Drastisch snoeien is bij krentenboompjes meestal niet nodig, omdat de natuurlijke vorm erg mooi is. Als de struik echter wat kleiner moet blijven of u wilt het verhouten van de takken voorkomen, kunt u verjongingssnoei toepassen. U snoeit de struik dan niet in één keer helemaal terug, maar spreidt de snoei over ca. 3 jaren. Dit betekent dat u ieder jaar ongeveer 1/3 van de takken afknipt. Zorg dat u takken uitkiest die verspreid over de struik zitten. U knipt dus niet alle takken aan één kant of alleen de buitenkant.  U kunt de tak het beste terugknippen tot net boven een naar buiten gerichte knop (ca. 40 cm boven de grond). Het tweede jaar knipt u de helft van de niet eerder gesnoeide takken terug en het derde jaar het laatste gedeelte. U kunt dit het beste in mei doen.

Indien u juist wel een grote boom wenst, bestaat er de mogelijkheid tot opkronen. Dit kunt u het beste in het najaar of de winter doen. U zaagt de laagste takken weg, zodat een boomachtige vorm ontstaat. Let er daarbij op dat u de zogenoemde takkraag spaart. Dit doet u door de takken niet strak langs de stam af te zagen. Om afscheuren te voorkomen maakt u eerst een snede in de onderkant van de tak (dunne takken ca. 5 cm, dikke takken ca. 10 cm vanaf de stam). De overgebleven stomp kunt u daarna nog verder afzagen, maar houdt hierbij nog voldoende afstand van de stam.

De zijscheuten van de stevige takken die nog overgebleven zijn, snoeit u tot één derde van hun lengte terug (laat de scheuten aan de top zitten). Dit doet u een aantal jaren achter elkaar, totdat de stam dik genoeg is om de kroon te dragen. Als dit het geval is knipt u alle zijscheuten tot aan de kroon bij de stam af.

ONTVANG NIEUWS EN UPDATES

VEILIG BETALEN

betaalmogelijkheden

VOLG ONS

© DeWilde